In het klaslokaal is veel hoogwaardige technologie aanwezig. Zichtbaar en prominent zoals het smartboard, onzichtbaar of zelfs ‘verboden’ zoals smartphones of mp3 spelers. Op individueel niveau wordt er enorm veel gebruik gemaakt van deze laatste vorm van technologie maar de aansluiting bij het bestaande systeem lijkt in de praktijk vaak te ontbreken, getuige de conventionele regel dat het gebruik van een smartphone verboden is in het klaslokaal. In dit stuk spreek ik over ‘technologie’, liever dan ‘ICT’ wanneer ik het heb over digitale middelen. Dit heeft vooral te maken met het verschil van connotatie wat ik aan wil geven. ICT binnen het onderwijs gaat in de regel over computers, systeembeheer, gesloten of open netwerken, ELO’s en andere softwaretoepassingen. Veelal technische structuren. Oplossingen gedacht vanuit de problemen. Met het gebruik van de term ‘technologie’ wil ik de nuance maken naar alle elektronische apparaten. Alle genoemde dingen maar ook alle gadgets in al die individuele broekzakken, tassen en jassen. De fotocamera’s bij de uitleen, de smartphone van de docent en het you tube account van de leerling. Dit is een belangrijk onderscheid ten aanzien van beleidsmakers en ICT coördinatoren binnen het onderwijs. Wil technologie echt onderdeel worden van een school en het leren doeltreffend kunnen mediëren dienen beleidsmakers zich terdege bewust te zijn van de overige technologie buiten de bestaande ICT-structuren. Hierover laat ik in dit stuk mijn gedachten gaan en hoop met een aantal bruikbare aanknopingspunten te komen die de koppeling tussen deze technologie en vakdidactische methodes maken.
Ik wil hiermee een aanzet geven om te gaan werken met didactische vormen waarin alle hedendaagse technologie kan worden gebruikt. Mijn ideale les is er een waarbij de bestaande technologie uit de broekzak van de leerling wordt gehaald en een rol speelt in de overdracht van mijn vak.










RSS feed for comments on this post. / TrackBack URI