Kazimir Malevitsj, Zwart vierkant, 1913
Met het onder druk komen te staan van de kunst en cultuur in Nederland én Europa is ook de vraag opgeworpen met welke argumenten en onderbouwing we kunsteducatie legitimeren. In het regeerakkoord van Rutte I staat onder andere dat kunsteducatie een belangrijke rol blijft spelen, voornamelijk vanwege economische belangen en de link naar amateurkunst. Maar is er een mogelijkheid om te kijken naar de meer intrinsieke en minder aantoonbare waardes van kunst en cultuur? Namelijk die van reflectie en inzicht? En welke rol speelt kunsteducatie als onderdeel van het onderwijssysteem?
De kunst en cultuur zelf staan onder druk door neo-liberalistische opvattingen. Kunst zou economisch rendabel moeten zijn en aan het rendement van kunst zou de waarde te zien zijn. Een paradoxaal denkbeeld. Volgens Malevich, een van de grondleggers van de geometrische abstracte kunst, is kunst autonoom. Ik ben met hem eens dat kunst in elk geval autonoom moet kunnen bestaan. Kunst onderwerpen aan de heilige marktprincipes (die zelf op instorten staan) ontkent de waardes die de kunst –en daarmee ook de kunsteducatie- maken tot wat ze kan zijn in mijn beleving: een poging om via communicatie met publiek een denkbeeld te construeren over dat wat ons omringt en vooral ook denk-automatismen doorbreken. Dat kan esthetisch, geëngageerd of anders gemotiveerd zijn. En wat is er binnen het onderwijs van de toekomst en voor de toekomst meer waardevol dan leerlingen af te leveren die reflectief sterk zijn en actief kunnen reageren op hun omgeving?










RSS feed for comments on this post. /