Geachte heer van Keulen,
naar alle waarschijnlijkheid krijgt u op dit moment veel modder over u heen, in uw emailbox of via andere wegen. De reden is u wellicht ook bekend: een blogpost van Jelle Brandt Corstius.
Ook dit is modder. Maar ik zal het netjes houden. In elke andere omstandigheid had ik natuurlijk nooit gereageerd of het in mijn hoofd gehaald u te mailen. Maar de drempel is anno nu zo laag en mijn verontwaardiging inmiddels zo hoog dat ik u nu toch schrijf. Het onderwerp is natuurlijk uw rol bij de SNS reaal bank. En eigenlijk heb ik maar één vraag die ik aan u voor wil leggen. Hoe is het mogelijk dat u met een bedrijf, wat zulk een groot maatschappelijk belang heeft, deze risico’s heeft durven nemen?
Omdat ‘maatschappelijk belang’ natuurlijk een nogal abstract gegeven is, wil ik u graag in het kort schetsen hoe mijn eigen omgeving en leven eruit ziet en hoe vreemd de nationalisering van een bank in mijn ogen overkomt. Als ware ik en mijn belang een allegorie van de maatschappij.
Ik was tot 4 maanden terug zelfstandige. Ik maakte videoproducties in opdracht voor verschillende culturele organisaties. Daarnaast doceerde ik het filmvak aan vwo scholieren en had ik een eigen stichting die ideële, kunsteducatieve projecten initieerde. Zelfs met ondersteuning van het SNS reaal fonds overigens. Maar met de doorgevoerde bezuinigingen in de culturele sector sloten een aantal vaste opdrachtgevers hun deuren. Zonder pardon. Dicht. Opgeheven. Stop gezet.
Ik heb een klein kindje, 8 maanden oud nu, ze kruipt door de kamer terwijl ik u schrijf. Omwille van haar heb ik gekozen mijn onderneming stop te zetten en op zoek te gaan naar een vaste baan. Die vond ik gelukkig gemakkelijk. Maar er was geen overheid, hoe lokaal dan ook, die mijn onderneming nationaliseerde toen die bleek ‘om te vallen’. Ik ben niet too big to fail. Zo werkt dat. Een gezonde neoliberale gedachte, dat bent u vast met mij eens. Maar het neoliberalisme heeft blijkbaar ook zo z’n grenzen en kaders (daar waar uw getalletjes en de maatschappij elkaar raken).
Wat ik me dus afvroeg, mijnheer van Keulen, is hoe u in uw positie (waar dan ook een ‘marktconforme’ vergoeding aan gekoppeld is) keuzes hebt kunnen maken die nu leiden tot het oplopen van de staatsschuld van een verwachte 0,6%.
Ik stopte mijn onderneming door indirecte schuld van de overheid die ging korten op culturele instellingen, bezuinigen, de staatsschuld terugdringen, de culturele sector moet haar eigen broek ophouden, en diezelfde overheid redt op dit moment wél uw voormalige onderneming uit de brand. Een kwestie van prioriteiten wellicht. Maar bent u zich bewust waarvan dat ten koste gaat? Juist. Dat gaat dus ten koste van mensen zoals ik.
Toen ik bovenstaande schreef waarin ik zei dat ik maar één vraag had liep ik wat op de zaken vooruit. Eigenlijk heb ik twee vragen aan u. Die eerste heb ik al gesteld, de tweede is: wilt u uw verantwoordelijkheid nemen en op z’n minst uw bonus terug geven?
Met vriendelijke groet en in afwachting van uw reactie verblijf ik.
Johan Gielen.




